Ga naar de inhoud

‘Sprookje’

1996 Ze was een oude zieke pruimenboomgaard, 'fruittuin' in het Westfries, in Hem. In, onder en over de dode en stervende bomen groeiden en bloeiden weelderig vele verschillende, prachtige planten. Distels, Paardenbloemen, Madeliefjes, Boterbloemen, Heermoes, Zevenblad, Brandnetels, Opschot en Wilgenroosjes, bijna te veel om op te noemen, Ze waren de helende pleisters op de zwarte zieke grond en beschermden die voor uitdroging. Ze waren ook voedsel voor alle diertjes die er leefden. De egels, de muizen en de ratten. De slakken, de mieren, de mollen, de wurmen en die hele kleine ondergrondse kruipertjes. Ook kwamen er vele vogels, en nog heel veel meer vliegende insecten. Allen vonden ze in elkaar een voedingsbron. Toen stond daar plotseling een vrouw die ernaar keek. Ze zag de schoonheid in de tuin. Ze wilde er wandelen alsof het een park was, dat had ze ooit gedaan met haar moeder. Madeliefjes rijgen.  Met veel moeite wist ze door het hoge groen te lopen tot aan het water. "Dat moet makkelijker kunnen", bedacht ze. Ze kocht een maaier en ging lopen. Ze maaide om zware pollen gras heen, om mierenhopen heen, steeds rondkijkend of alles veilig was voor wat er leefde. Zo meanderden de paadjes over het hele land. De vogels zaaiden, de ratten begroeven de walnoten, Ze kreeg stekjes. Andere planten en bomen werden her en der geplant. Steeds kijkend of het mooi was. Ze groef in het midden tot er water kwam en verbond dat met het water waar ze ooit gestopt was. Het maaien van de paden deed ze vele jaren tot het  een soort park was geworden, een ruig park. Toen dat zo was wilde ze het delen. Een park voor één mens is geen park. Al nadenkend over hoe het park opengesteld kon worden kwamen er meer herinneringen uit haar jeugd. Ook liefdevolle herinneringen. Niet alleen aan het park. De herinnering aan het voorgelezen worden door haar vader was een volkomen verrassing. De herinnering  was een illustratie maar er kwam iets volkomen nieuws. Een gevoel, een gevoel van veiligheid, van liefde. Dat gevoel was gekoppeld aan de illustratie van een mannetje wonend op de maan. Zo vaak had ze in het maanlicht gezeten als ze bang was. Het hielp altijd. Het warme gevoel bij het toen voorgelezen worden, daar ging het om. Ze bedacht dat ze ging voorlezen aan leeftijdgenoten. "De VertelTuin". Vanaf de opening kwam naast het voorlezen het vertellen en het bedenken van de slenterverhalen (mooie gedachten) bij het voorlezen. Al vertellend en delend werd het warme gevoel een veilig gevoel.

Marijcke.

.